Na mijn interviews met zeventigers en tachtigers, ben ik benieuwd naar de Portie Veerkracht van de andere generaties: hoe gaan zij om met de klappen in hun leven en kunnen ze daar net zo frank en vrij over vertellen?

Dit keer het verhaal van ondernemer en topsporter Kees-Jan van der Klooster (42). ‘Ik red het wel alleen’, dacht hij op zijn zestiende. En deed dat 7 jaar later weer, toen hij in een rolstoel belandde: ‘Nog nooit sliep ik zo rustig als de weken na mijn dwarslaesie’.

‘Vóór mijn snowboardongeluk was ik al gehard’

‘Het verhaal over mijn val kan ik routineus opdreunen, zo vaak heb ik verteld hoe ik op die dag in 2001 boven een steil stuk stond. Ik keek rond waar ik me met mijn snowboard kon laten zakken, totdat ik plotseling mijn balans verloor en een duik maakte. Plat op mijn rug geland, wist ik meteen: dit is mis. Mijn bovenlichaam leek los van de rest. Terwijl mijn maat hulp ging inschakelen, lag ik minstens dertig minuten in mijn eentje in de sneeuw.

Dit is de laatste keer dat ik op mijn benen heb gestaan, besefte ik. Ik heb mijn koptelefoon opgezet en ben naar The Doors gaan luisteren

‘In het ziekenhuis in Genève fixeerden de artsen mijn rug en stelden een lage dwarslaesie vast; vanaf mijn middel was ik verlamd. Mijn eerste telefoontje ging naar Evelien; we waren net twee maanden aan het daten, maar ze kwam. En ze bleef. We zijn nu bijna 20 jaar samen en hebben twee jonge kinderen.’

‘Natuurlijk volgde er na mijn ongeluk een onwerkelijke tijd. In wat voor wereld ga ik terecht komen, vroeg ik me tijdens de revalidatie vooral af. Maar zo onthutst als familie, vrienden en kennissen vaak reageerden, was ik niet. Hoe gek het ook klinkt: het gestructureerde leven en de rust deden me ook goed. Het was fijn om niet alsmaar in de actie-stand te staan. Nog nooit heb ik zo goed geslapen als de maanden na mijn dwarslaesie. Het voelde als een reset en die had ik kennelijk nodig. Alsof mijn lichaam aangaf: je hebt het zo druk gehad, nu hoef je even niks.

Dat ik het óók in een rolstoel zou redden, stond voor mij als een paal boven water

‘Ik had me immers altijd gered, sinds ik jong op mezelf werd aangewezen. De eerste jaren was mijn leven vol liefde, zoals ik het me herinner. Ik woonde bij mijn moeder, een verpleegkundige, en haar vriend in een klein Zeeuws dorpje. Mijn vader is nooit in beeld geweest, maar met haar vriend vormden we een warm gezin dat doorsneedingen deed zoals kamperen in Frankrijk. Op mijn achtste veranderde dat allemaal. Kort gezegd: we moesten ons huis uit, het ging niet goed op mijn moeders werk en haar vriend had mentale problemen. Mijn moeder raakte overspannen en kon niet meer voor mij kon zorgen.’

‘Mijn moeders familie – van het behoudende “doe maar normaal”-slag – greep in. Opa, oma en haar zussen besloten dat ik bij een van mijn tantes zou gaan wonen, een dorp verderop. Hoe die spontane verhuizing voor mij was? Als kind ben je zo flexibel; zo lang ik maar kon crossen en voetballen, ging het OK. Maar nu weet ik natuurlijk dat het niet helemaal in de haak was om van de een op de andere dag een moeder-kindrelatie te breken.’

Vreemde eend in de bijt
‘Al had ik het bij mijn tante echt wel goed. Ik woonde er ook met twee nichtjes, dat was nieuw voor mij als enig kind. Met z’n allen keken we op vrijdagavond naar series als Herenstraat 10 en Medisch Centrum West, heel huiselijk allemaal. Maar voor het eerst van mijn leven was ik wel een vreemde eend in de bijt. Want het hele dorp wist: dat is die jongen die bij zijn tante woont, omdat zijn moeder niet voor hem kan zorgen.’

‘In de zesde klas van de lagere school volgde er nog zo’n plotse verhuizing. Ik moest naar een jongensinternaat in België, weer op voorspraak van mijn opa. Zijn grootste zorg was dat er iets van mij terecht moest komen en hij dacht dat zo’n katholieke omgeving daarbij zou helpen.

Ik zie me nog de kamer binnenstappen en horen: je gaat van maandag tot vrijdag op een internaat wonen. Toen flipte ik wel, ja

‘Al begrijp ik inmiddels ook de goede bedoelingen; mijn moeders familie handelde naar eer en geweten. En zo slecht had ik het er niet; er waren in ieder geval genoeg jongens om mee te voetballen of basketballen. Maar het autoritaire sprak me totaal niet aan en aandacht voor het gebroken gezin waar ik uit kwam was er natuurlijk ook niet. Er zat niks anders op dan gewoon maar doorgaan.’

‘Na verloop van tijd knapte mijn moeder op en verhuisde met haar nieuwe vriend naar Vlissingen. In de weekenden en vakanties ging ik naar haar toe, totdat ik op mijn vijftiende aangaf dat ik van het internaat af wilde en fulltime mocht intrekken. Die stap bleek geen onverdeeld genoegen. Erover uitweiden wil ik niet; laten we het houden op een foute vriend met alcoholproblemen en geldgebrek thuis. Op zoek naar een uitweg, hielp een oudere maat me aan een kamer. Zo kwam ik op mijn zestiende op mezelf te wonen en werd, met een baantje in een pizzeria, helemaal onafhankelijk.

Mijn blik op de wereld, toen? Volwassenen hebben ook geen idee waar ze mee bezig zijn, concludeerde ik. En: alleen red ik het ook

‘Na het internaat had ik genoeg van school en ging in de leer tot pijpfitter. Ik wilde werken en leren. Mijn geluk was dat niemand op de opleiding mijn Belgische cijferlijst begreep, zodat ik als jongste ooit werd toegelaten. Twee jaar later kon ik met een diploma op zak aan de slag op de werf. Tussen allemaal oudere mannen maakte ik leidingen voor schepen. Mijn opa vond het prachtig: als je tot je pensioen onder de pannen bent, heb je je leven op de rit. Zo dacht hij.’

‘Maar ik dacht al snel: is dit nu het leven, hier op de werf? Tot ontsteltenis van mijn opa zegde ik na een jaar mijn baan op en koos ervoor terug te gaan naar school; na een jaar MTS werktuigbouw vervolgde ik drie jaar een opleiding MBO Detailhandel. Geld verdienen deed ik in de pizzeria en in een discotheek. Dag en nacht was ik in touw, ook in de kroeg en als skater. Overal zette ik de bloemetjes buiten. Van plattelands en hockey-chique tot de wereld van skaters en havenarbeiders: in alle scenes bewoog ik me even soepel, streetwise als ik was.’

‘De wijde wereld begon te lonken. Op een dag kreeg ik een folder in handen van een HBO Marketing in Amsterdam. Doen!, dacht ik meteen, en schoot in actie. Ik ritselde een kamer in Den Haag – geen idee dat dat best een eindje van Amsterdam af was – en meldde me aan bij de opleiding. In Den Haag vond ik een baantje bij een call center van een incassobureau. Daar leerde ik ook Evelien kennen, die er bijverdiende naast haar eindexamen.’

‘Ja, en toen kwam dat ongeluk. Op mijn zeventiende was ik voor het eerst gaan snowboarden in de bergen, dat was liefde op het eerste gezicht. Sinds die tijd ging ik zo vaak ik maar kon. En dat is met mijn dwarslaesie niet anders geworden.

Ik zag mijn handicap niet als een probleem; in mijn hoofd ben ik niet opeens een ander mens

Na mijn revalidatie heb ik mijn leven dus weer opgepakt, inclusief de wintersport. Ik ontdekte het zit-skiën en bleek zoveel aanleg te hebben dat ik in het Nederlandse team terecht kwam. Vanaf toen heb ik me vastgebeten in een skicarrière: in 2008 won ik goud op de X-Games in Aspen, de Olympische Spelen van de freestyle sporten. In 2010 kwam ik als enige Nederlandse atleet uit op de Paralympische Spelen in Vancouver en in 2014 in Sotsji was ik er ook bij.’

‘Twaalf jaar draaide ik mee in de topsport en kon me uitleven in extreme dingen. Wanneer je met 100 kilometer de piste af raast, sta je op scherp; die focus en kick zijn onbeschrijflijk. Het heeft me veel bijzondere momenten gebracht, van persconferenties en ontmoetingen met hotshots als Johan Cruyff tot televisieoptredens bij De Wereld Draait Door en Pauw en Witteman.

Maar op een goed moment was ik klaar met het circus van de bobo’s en heldenverering

‘Ik wilde de beste zijn, maar het was niet de roem die me trok. Bovendien raakte ik geblesseerd en dan lig je er in die wereld genadeloos uit. Het leek de wet van Murphy wel: ik kreeg meer blessures, gordelroos, kwam in een negatieve spiraal terecht, en geen coach die me opving. Het was tijd om te stoppen. Dat conflict en het proces van loslaten vond ik een stuk lastiger dan mijn dwarslaesie.’

‘Mijn mazzel was dat ik altijd meerdere interesses heb gehad. Zo was ik tijdens mijn sportcarrière al mijn bedrijf aan het opbouwen: K-J Projects Unlimited Possibilities. Het begon ermee dat ik trainingen ging geven aan kinderen en volwassenen in een rolstoel, om hen behendiger en weerbaarder te maken. Mensen met een handicap worden te snel zielig en incapabel gevonden, is mijn overtuiging. Dat lage verwachtingspatroon stoort me.

Hoezo moet ik rondgereden worden in een taxi of pausmobiel? Hoezo moet iemand in de supermarkt mijn spullen helpen inpakken? Dat kan ik toch gewoon zelf?

‘In alles wat ik onderneem met minder valide mensen, benadruk ik: dop je eigen boontjes, neem verantwoordelijkheid voor je eigen leven en ga vooral léven, met alle mogelijkheden die je hebt. De boodschap slaat duidelijk aan, want mijn bedrijf gaat zo goed dat het inmiddels een stichting* met meerdere partners is, die een mix van activiteiten aanbiedt bij scholen, organisaties en sportclubs.’

Soort happy end
‘Ik weet dat mensen er altijd van opkijken als ik dat zeg, maar de dwarslaesie heeft me veel moois gebracht. Lopen wordt ook maar overschat, denk ik vaak. En door al het leed dat ik in mijn jeugd heb gezien, ben ik gewoon blij dat ik functioneer. Vóór mijn ongeluk was ik al gehard. Dat ik zo jong van mijn moeder gescheiden ben, heeft sporen nagelaten. Net als de abrupte breuk met haar vriend die de eerste acht jaar als een vader voor me was. Daar heb ik “overheen” proberen te leven, maar natuurlijk ging dat wroegen. Op mijn 35e heb ik hem opgezocht, maar door alle medicijnen die hij slikt kon ik nauwelijks contact met hem maken. Gelukkig is er met mijn moeder wel een soort happy end. Ze heeft al 25 jaar een stabiele relatie en is een fijne oma voor mijn kinderen. We zien elkaar regelmatig, maar praten over vroeger is nog altijd lastig. Te pijnlijk en met eigen waarheden, vermoed ik.’

Het leven loopt zoals het loopt, zo zit ik er in. Dat van mij volgt inderdaad niet het geijkte pad, maar uniek is het heus niet

‘Mijn kinderen hoop ik wel een rustigere jeugd te bieden, met een vaste plek en ruimte voor eigen keuzes. En ja, ze zijn gewend aan een vader die in een rolstoel zit, maar er komt vast een moment dat ze ervan balen dat ik geen voetbalmaatje voor ze kan zijn. Maar ik ben toevallig wel een papa die hier in de woonkamer via hangtouwen naar zolder klimt. Hoe stoer is dat?’

© Tekst: Teus Lebbing, www.abrandnewstory.nl
Portret: Jarno Schurgers
Actiefoto: Mathilde Dusol


* Kees-Jan is initiator van het Wheel Chair Skills Team. Deze stichting heeft als missie de kennis en vaardigheid van rolstoelgebruikers in Nederland te verhogen. Daarnaast zet de stichting zich in om de participatie van mensen met een beperking in de samenleving te bevorderen. Voor meer informatie, klik hier: https://wheelchairskillsteam.nl/

Over zijn activiteiten en zitski-loopbaan spreekt Kees-Jan in verschillende mediaoptredens. Zie bijvoorbeeld:


 Voor meer interviews in de serie, klik op‘Portie Veerkracht-reeks’

 Meer lezen over veerkracht en persoonlijke groeiCheck m’n blogpagina