Deze verwarrende maanden kunnen we een Portie Veerkracht goed gebruiken. Hoe blijven we monter, flexibel en stressbestendig in een wankele wereld? Na mijn interviews met oudere generaties, nu weer de jonge garde aan het woord.

Als alles wat normaal was dat opeens niet meer is, hoe reageren we dan?  Dat ontdekte Bas Wijnen (30) al voor de coronacrisis. Sinds hij drie jaar geleden werd verrast door een herseninfarct, is hij op zoek naar de ‘nieuwe Bas’.

‘Niet alles komt goed, weet ik nu’

Het gebeurde op een dinsdagmiddag in april, terwijl ik zat te gamen op de bank. Midden in het spel raakte ik buitenwesten. Toen ik – geen idee hoeveel later – ontwaakte, merkte ik dat een arm en been niets deden en dat ik kwijlde uit een mondhoek. Op je 27e denk je niet: dit zou weleens een beroerte kunnen zijn. Ik wist niet wat ik meemaakte. Op overlevingskracht ben ik naar de tuin gekropen. Het voelde alsof er geen einde kwam aan die tocht. Eenmaal buiten ben ik voor mijn gevoel keihard gaan roepen. Ik hoorde de buren praten, maar ze reageerden maar niet op mij. Achteraf bleek dat door mijn afasie te komen: mijn schreeuw was geen schreeuw, niemand kon me horen. Ik bleef het proberen en werd steeds wanhopiger.

‘Er ging van alles door mijn hoofd: wat is dit toch? Ga ik dood?’

‘Mijn grote geluk is dat mijn oudste broer, destijds mijn buurman, op zijn scooter thuiskwam en mijn niet-uithuizige kat in de voortuin aantrof. Die breng ik even achterom, dacht hij. En daar zag hij mij liggen. Vanaf dat moment ging het hard: hij belde 112, waarna een traumahelikopter en twee ambulances kwamen aangesneld. Binnen een halve minuut constateerde de arts wat er aan de hand was en werd ik met spoed naar het Radboud UMC gebracht. Tenminste, dat is wat ik me heb laten vertellen, want zodra ik mijn broer in beeld kreeg, ging ik out.’

Pure pech
‘In het ziekenhuis toonde de CT-scan dat ik een herseninfarct had gehad. In één-derde van de zogenaamde young strokes wordt er geen oorzaak gevonden. Bij mij wel. Ik bleek een myxoom te hebben, een goedaardige tumor in het hart. Hoogstwaarschijnlijk is er een stuk weefstel via een bloedbaan in de hersenen terecht gekomen, wat tot een opstopping leidde. Had ik dat van tevoren kunnen voelen aankomen? Waren er symptomen? Nee, dit was pure pech, stelden de doctoren. Via een open hart operatie hebben ze de myxoom weggehaald. De tumor was onder controle. Na anderhalve week kreeg ik wat van mijn spraak terug en drie weken later kon ik met behulp van een vierpoot weer een beetje lopen.’

‘Ik ben iemand die zich niet zomaar neerlegt bij situaties. Vol stortte ik me op mijn herstel en was uitzonderlijk vrolijk’

‘Toen de arts me voorspiegelde dat ik mijn arm misschien weer zou kunnen gebruiken, maar nooit meer soepel zou lopen, dacht ik: wacht maar, ik ga leren rennen. Drie maanden heb ik als een dolle gerevalideerd, de therapeuten moesten me afremmen. Zelfs ’s avonds, wanneer de anderen in de kliniek lagen te rusten, was ik nog oefeningen aan het doen. Maar de vooruitgang was gering. Het lopen ging iets beter, de arm gaf geen sjoege. Toen ik begon te beseffen dat ik niet meer de oude zou worden, kwamen de twijfels. Mijn optimisme sloeg om in boosheid op de wereld, en het lukte me niet om die te verbergen. Ik vind het lastig om toe te geven, maar ik heb iedereen uitgescholden die in mijn buurt kwam, ongeremd.’

‘Mijn ouders wilden me natuurlijk geruststellen; zeiden wat ze altijd gezegd hadden: “het komt wel goed als je je best doet”. Maar niet alles komt goed, weet ik nu. Als onderdeel van mijn revalidatietraject kon ik mijn woede uiten bij een psycholoog, dat luchtte wel op. Toch bleef ik me slecht voelen en kreeg er zelfs doodgedachtes bij. Zeker toen ik, eenmaal thuis, ontdekte dat er meer aan de hand was dan fysiek alleen. In de kliniek word je beschermd tegen stress en drukte, maar in de gewone wereld ontkom je daar natuurlijk niet aan. Feestjes of langere gesprekken bleek ik niet te trekken. Na een half uur was ik al op.’

‘Niets in mijn leven was meer hetzelfde. Door de concentratie- en vermoeidheidsproblemen werd ik 100 procent afgekeurd en zou nooit meer als docent voor de klas staan. Hoe moest dat nu? Als je jong bent, heb je nog een heel leven voor je: hoe doe je dat na een beroerte? ‘Hoe red je je zonder werk? Hoe zit het met seks? Kun je een gezin stichten? Meer en meer raakte ik in de put.

‘En zo kwam het spoormoment, een dieptepunt dat ik mezelf nog moeilijk kan vergeven’

‘Ik had een aangepaste fiets waarmee ik regelmatig naar het zwembad ging. Op weg daarheen kruiste ik een spoorwegovergang en op een dag bedacht ik: hier stoppen is ook een oplossing. Vastbesloten er een einde aan te maken, bleef ik midden op het spoor staan terwijl de hefbomen zakten. Wachtend op de trein, werd het stil om me heen. Totdat mijn gedachten op hol sloegen: “wat een enorme lul ben ik. Ik heb zoveel geweldige mensen om me heen die ik hiermee pijn doe!” Op mijn ligfiets glipte ik onder de hefbomen door, snel naar huis. Daar heb ik mijn broers en zus gebeld, die kwamen meteen. Mijn psycholoog regelde een spoedafspraak met een psychiater, die me zonder discussie antidepressiva voorschreef. Eerder had ik die niet willen slikken, omdat ik vond dat ik het op eigen kracht moest redden. Maar dat was duidelijk niet gelukt.’

Opluchting
‘Met de medicijnen werden de dalen minder diep en de pieken minder hoog. Voor mij was dat genoeg om een mini-beetje perspectief te zien. Er kwam weer wat ruimte in mijn hoofd om te bedenken: wat heb ik nodig om met alle frustratie om te gaan? Hoe deed ik dat vroeger eigenlijk? Ik kwam uit op twee oude liefdes: muziek en sport. Ik weet nog precies het moment dat ik de eerste klanken hoorde van het album Blomljud van de Zweedse hardrockband Moon Safari; hoe ik werd overmand door de muziek. Dat ik dat weer kon voelen! Ik heb gehuild van opluchting. Ook ging ik weer zwemmen en leerde ik tijdens fysiotherapie kickboksen, nog zo’n goeie uitlaatklep. Ik heb beter voor mezelf leren zorgen. ’s Middags rust ik bijvoorbeeld twee uur, zodat ik de dag beter aankan, maar ik spring ook weleens uit de band op een festival. Daarna lig ik er wel een paar dagen vanaf, maar de uitspatting is het mij dan waard.’

‘Leefde ik na mijn beroerte eigenlijk alleen nog voor mijn familie, inmiddels doe ik dat weer voor mezelf. Zeker sinds ik Ellen ken; zij is echt mijn wonder. Natuurlijk had ze bedenkingen toen we elkaar via Tinder ontmoetten.

‘Ze vond me een leuke vent, zei ze, maar wist niet of ze het aan wilde gaan’

‘Dat begreep ik ook wel; ik ben meer dan mijn beperkingen, maar ze beïnvloeden me wel. Ze moest aftasten: wordt dit een gelijkwaardige of een zorgrelatie? Maar elke date was weer goud en ze begon te merken dat ik niet afhankelijk ben; met wat aanpassingen kan ik alles. We besloten het rustig op te bouwen, maar uiteindelijk woonden we binnen zes maanden samen, en dat voelt nu al twee jaar supergoed.’

‘Waar haal ik mijn mentale voldoening uit? Dat is nog wel een zoektocht sinds ik ben afgekeurd. Werk gaf mij zoveel plezier. Nu denk ik mee over de ontwikkeling van een informatiewebsite voor young stroke-revalidanten*, geef gastcolleges bij zorginstellingen over mijn ervaringen, maar dat zijn allemaal tijdelijke activiteiten. Het liefst zou ik wekelijks bijdragen aan iets wat voor mij behapbaar is. Ook willen Ellen en ik dolgraag een gezin starten. We zijn ons aan het oriënteren op de impact die dat heeft en welke hulp we daarbij zouden kunnen inschakelen. Mega-spannend vind ik dat. Ik weet zeker dat we onze kinderen heel veel liefde te geven hebben. Maar: kan ik ook een hele dag met ze alleen zijn?’

Foto Bas Wijnen

© Tekst: Teus Lebbing, www.abrandnewstory.nl
© Fotografie: Hes van Huizen, www.hesvanhuizen.nl


* Bas denkt binnen diverse onderzoeksverbanden mee over manieren die het leven van jongeren na een beroerte makkelijker kunnen maken. Zie bijvoorbeeld deze Young Stroke Toolbox van het Radboud UMC of luister naar zijn patiëntervaringen in deze film.


Klik op ‘Portie Veerkracht-reeks’ voor alle interviews in de serie.

Benieuwd naar dappere verhalen van mensen in het hart van de zorg? Volg de reeksOver-leven in Coronatijd’ van Zorgdragers, waaraan ik meeschrijf. Hier vind je mijn interviews met René, Marjolein en Saskia. 

Meer lezen over veerkracht en persoonlijke groeiCheck m’n blogpagina