Hoe zit het met de ‘Portie Veerkracht’ van de jongere garde? Na alle interviews met de oudste generatie, vind ik het hoog tijd voor een junior-editie. Ook jongere generaties weten immers van wanten als het om de pieken en dalen in het leven gaat. Maar: kunnen ze er net zo frank en vrij over vertellen?

Millennial Emma Valk-van de Klundert (1991) gaat de uitdaging aan. ‘Hoe je je ook voelt: heb het erover’, leerde zij van haar ouders. Ze is er blij mee. Want door te leven zonder schroom kan ze ook de verdrietige periodes beter aan.

‘Mijn ex-broer noem ik hem nu’

‘Mijn lichaam reageert niet op anticonceptie. Pil, pleisterpil, spiraaltje: ze mogen weinig baten, met als gevolg dat ik makkelijk zwanger raak. De eerste keer was ik 19. Dat was een schok. Wat nu? Wat had ik te bieden? Geen afgeronde opleiding, betrouwbaar werk, zelfstandig onderkomen. Ik koos voor abortus, gesteund door mijn vriendje. Hij en mijn moeder vergezelden me naar de kliniek.
Een half jaar later gebeurde het weer, dwars door de pleisterpil heen. Mijn vriend werd boos, alsof ik het expres deed. Machteloos voelde ik me. Ik liet het weer weghalen, de relatie hield geen stand.’

‘Op mijn 21e kwam ik Rutger tegen. Na onze vriendschap op de middelbare school, waren we elkaar uit het oog verloren. Onmiddellijk klikte het weer. Hij nodigde me uit om te komen eten; dat liep uit op een logeerpartij van zes weken. Sindsdien zijn we samen. En wat denk je? Binnen zes maanden raakte ik weer zwanger.’

‘Geen kliniek meer, dacht ik meteen’

Rutger stond daar achter; zei: “ik wil toch met jou groot worden”. Hij was net docent op een HBO; financieel hadden we dus wat zekerheid. En met steun van mijn ouders, konden we een huisje kopen. Op 20 mei 2013 zijn we getrouwd. Deze serieuze stappen voelden goed voor ons allebei. Als eerste van mijn vriendinnen werd ik moeder. Onwerkelijk was dat: nog nooit eerder had ik een baby in mijn armen gehad. Alles hebben we onszelf aangeleerd, van het voedingsritueel tot hoe-krijg-je-een-kind-in-slaap. Met dank aan de alle instructieve YouTube-filmpjes!’

Soort oermoeder
‘Twee jaar na de eerste kregen we onze jongste. “Zo is het mooi”, zei Rutger toen, en liet zich helpen. Ons gezin is compleet zo, vinden we allebei. Inmiddels zijn onze zonen 3 en 5 jaar, en ik merk dat het moederschap me volwassen heeft gemaakt. In mijn opleidingen ben ik altijd zoekende geweest, maar hierover voel ik me zeker. Ik ben een soort oermoeder.’

Grote zus
‘Achteraf gezien was ik dat al toen ik op mijn vijfde grote zus werd. Samen met mijn ouders vlogen we naar Bangkok, waar we mijn broertje van 3 gingen ophalen. Zelf ben ik een IVF-kind; na mij lukte het mijn ouders niet meer om een baby te krijgen. Ze wilden me dolgraag een broer of zus bieden en kozen voor adoptie. Bij het hele traject – van de aanmelding en selectie tot de trainingen en de uiteindelijke reis erheen – hebben ze me betrokken.’

‘We gingen samen ons nieuwe gezinslid ophalen, zo voelde het. We hadden er zin in’

‘Die zes weken in Thailand zal ik nooit vergeten: zoveel baby’s en jonge kinderen in dat tehuis, zonder aandacht; al die ogen die je vol verwachting aanstaren. Mijn eerste herinnering aan mijn broertje is van ons samen op een roestig klimrek. Kletsen konden we nog niet, maar we waren blij met elkaar. De hele vlucht naar huis speelden we spelletjes op de Gameboy; die begrepen we allebei.’

Iets uitzonderlijks
‘De eerste jaren waren we vrij hecht. Hij leek aardig zijn draai te vinden. Al kon hij ook driftig zijn, tot bijten aan toe, zoals hij gewend was in het tehuis. Eenmaal op school, bleek dat hij ADHD had; destijds was dat nog iets uitzonderlijks. Hij kreeg er pilletjes voor, maar weigerde die door te slikken. Ook werd hij al snel gepest. Dat was lastig, maar thuis hadden we het echt wel OK. Het fijnst nog waren de vakanties met z’n vieren. Zonder prikkels van buiten en op elkaar aangewezen, vermaakten we ons zo goed. Om de drie jaar gingen we naar Thailand, terug naar zijn roots.’

Achtervolgingsscènes
‘Vanaf zijn elfde begon mijn broer zich af te zetten. Meer dan een puber doet, hij sloeg erin door. Eerst zat hij volop in de hiphop-scene, daarna werd hij gothic, compleet met Matrix-jassen en stekelkettingen; alles zwart. Dat kon hij nog prima maken bij mijn ouders. Ze zijn nu eenmaal makkelijk met kleding; met interesse hadden ze ook mijn transformatie van paardenmeisje tot alternativo gevolgd. Maar hij werd ook ontoegankelijk en ging liegen en stelen. Ook van ons, tot de gouden erfstukken van mijn moeder aan toe, die hij verpatste aan handelaren. We hebben achtervolgingsscènes op ons dak meegemaakt, door de politie, waarna hij in de cel belandde. De situaties werden steeds heftiger.’

Hart en ziel
‘Als er iets is dat onze ouders – allebei psycholoog – ons van jongs af aan hebben geprobeerd te leren, dan is dat communiceren. Alles is bespreekbaar. Hoe je je ook voelt: we hebben het erover. Bij mijn broer werkte dat niet. De gesprekken die ze tot diep in de nacht met hem gevoerd hebben… Hun hart en ziel legden ze in hem. Maar hij was er niet ontvankelijk voor.’

‘Telkens verlegden we onze grenzen. Tot een vriendin van me opmerkte: “dit is wel raar hoor”. Toen besefte ik: “dit is inderdaad niet zoals het hoort”’

‘Dat zei ik tegen mijn moeder en ze beaamde het. We voelden ons allemaal steeds meer een kinderoppasser. Ondertussen kwam ik niets tekort thuis; mijn ouders gaven mij óók aldoor aandacht en gunden me mijn eigen leven met vrienden, feestjes, muziek. En wat hielp: we konden het er prima over hebben. “Wees er maar open in”, zei mijn moeder altijd. “Voel maar wat je voelt”. Daar heb ik nog steeds veel aan, ook nu, in mijn eigen gezin, waarin we net als iedereen ups en downs beleven. We doen niet aan schaamte, en dat scheelt een hoop energie.’

Komen en gaan
‘Op zijn veertiende ging mijn broer vrijwillig in een instelling voor moeilijk opvoedbare kinderen wonen. Thuis ging het gewoon niet meer. Maar net als van alle middelbare scholen, werd hij ook daar na een paar maanden afgegooid. Ze konden hem niet aan. Vanaf toen werd het een komen en gaan: dan was hij even bij ons, dan ging hij weer weg, naar de instelling of naar vrienden door het hele land. Maar nergens bleef hij lang. Op zijn achttiende trok hij weer even bij ons in, dit keer zonder huissleutel en met alles achter slot en grendel. Er was geen contact met hem te krijgen, continu waren we op onze hoede. Voor mij voelde thuis toen ook niet meer als een thuis.’

‘Heel lang heb ik liefde voor mijn broer gekoesterd. We delen geen bloedband, maar we zijn door-en-door familie: zo voelde het altijd’

‘Tot ik op een middag bij mijn ouders langsging. In verwachting van de tweede en met de oudste op de arm, liep ik in de keuken mijn broer tegen het lijf. Uit het niets ging hij tegen me te keer: “Ben je wéér zwanger? Wat bén jij voor moeder?” Iets in die trant. Toen knapte er iets, onomkeerbaar. Ik schold hem de huid vol, zoveel frustratie kwam eruit over al die kansen die we hem hebben gegeven, elke dag opnieuw. Dat was het einde van mijn grenzeloze loyaliteit.’

Onwerkelijk
‘In 2016 heeft hij gebruik gemaakt van het recht van een adoptiekind om officieel te breken met de adoptieouders. Hoe dat voelde? Ik kan het niet beschrijven. Mijn God, wat hebben we gehuild. Het moment in de rechtbank was onwerkelijk. Mijn vader zei tegen hem: “In liefde hebben wij je opgenomen en in liefde zullen we je loslaten”. Daarna zijn we met zijn drieën gaan eten bij de Thai.’

Ex-broer
‘Officieel zijn we gebroken, maar het is niet alsof hij niet meer bij ons hoort. We hebben het nog vaak over hem. Wel noem ik hem nu mijn ex-broer; ik verwacht niks meer. Op de rechtszaak volgde een half jaar stilte. Totdat mijn vader prostaatkanker kreeg, en hem dat via een berichtje liet weten. Mijn ex-broer belde, maar sprak vooral over zichzelf. “Ik ben een ouder, ik hoor onvoorwaardelijk van mijn kinderen te houden”, blijft mijn vader volhouden. Ik begrijp hem wel en ook weer niet. Ik vind de afwijzing moeilijk om te zien. Tegelijk prijs ik de normen en waarden van mijn ouders.’

Geen klik
‘Van hen heb ik geleerd hoe belangrijk het is om te kunnen hechten. Hoeveel positiefs dat brengt, als het lukt. Ook aan mijn broer hebben zij alles gegeven wat ze in zich hebben, maar het was niet genoeg. En dat zal met zijn geschiedenis vast verklaarbaar zijn: tot zijn derde had hij elke zes weken een nieuwe begeleider – hóe moest hij zich hechten?’

‘Ik zie ons als puzzelstukken die niet in elkaar pasten. Er was simpelweg geen klik’

That’s life – daar moet ik mee dealen. In de periode van mijn abortussen zei een therapeut tegen me: “Dit is wel veel hoor, Emma, wat er speelt op jouw leeftijd.” “Dat is ook zo”, antwoorde ik. “Maar anders is het toch niet leuk?” En dat meende ik oprecht. Ieder huisje zijn kruisje, daar geloof ik in. Allemaal hebben we onze momenten waar we doorheen moeten zien te komen. Juist die diepgang maakt het leven de moeite waard, vind ik.’

Tekst en interview: Teus Lebbing, www.abrandnewstory.nl


Benieuwd naar de hele serie? Klik op: ‘Portie Veerkracht-reeks’