HEFTIG DINGETJE, DAT VERANDREN

‘Als je ergens in gelooft, ga je het gewoon doen. Dan neem je je verantwoordelijkheid, creëer je je eigen ruimte en verbind je je met anderen, met wie je samen dichterbij je doel komt.’

Als je weet wat je wilt, kan het zo simpel dus zijn.

Dat denk ik bij het horen van deze woorden, tijdens de presentatie van De hark voorbij, een boek van organisatieveranderaar Harold Janssen, waarin hij laat zien wat werken buiten een hark (lees: managementbureaucratie) kan opleveren.

En dat zijn: gemotiveerde vakmensen, die vanuit zichzelf in beweging komen.

Maar van dat effect hoeft Harold me met zijn boek niet meer te overtuigen. Want gelukkig heb ik – samen met hem en zijn collega’s van DeLimes – tijdens een cultuurkantelingstraject bij de politie mogen optekenen wat er gebeurt als je het vak weer bij de mensen brengt en ideeën mogen stromen: collega’s gaan het gesprek aan met elkaar, voelen ze zich betrokken en verantwoordelijk. Ze gaan terug naar de essentie van hun vak en ontdekken weer waarvoor ze zich dagelijks inspannen. In plaats van worstelen binnen structuren, beleidsstukken en onmogelijkheden, ontdekken ze wat er nog méér kan, daarbinnen én daarbuiten.

Dan ga je schitteren. En bruisen als team.

Zo interviewde ik politiemensen die met elkaar tot inzicht zijn gekomen en angsten hebben overwonnen. Die het lef hebben gekregen om keuzes te maken en knellende situaties aan te pakken. Als mensen weer zelf mogen nadenken, komen er onvermoede krachten los die in de strakke hiërarchie verborgen bleven. Behalve productieve samenwerkingsverbanden en kruisbestuivingen levert dat waardevolle verbeteringen op. De verhalen die we vingen binnen de politie, spreken boekdelen wat dat betreft.*

Maar waarom dan toch overal die organogrammen, regels, protocollen, óók nog steeds bij de politie? Die draaien toch alleen maar om controle en conditionering? Harold: ‘Organiseren an sich is niet slecht. Je moet alleen weten waar en wanneer.’

En precies dat vermogen tot reflectie lijkt vaak verloren. Neem ook – actueel voorbeeld – al die medici die opgeslokt worden door administratie. Strookt dat nog met de werkelijke bedoeling: de patiënt beter maken? ‘Daar werkt de hark van louter planning & control dus duidelijk niet’, concludeert Harold.

In een complexe wereld die zich niet leent voor standaardoplossingen, komt het aan op wendbare vakmensen die zich verbinden op basis van gemeenschappelijke intenties. Verpleegkundigen willen mensen verzorgen; onderwijzers willen kinderen ontwikkelen; politieagenten ijveren voor de burger, en ga zo maar door. Al naar gelang hun gemeenschappelijke doelen, komen vakmensen het beste uit de verf in een werkgemeenschap. Kijk maar naar Buurtzorg met tienduizend vakmensen, nul management en ongemeend tevreden cliënten. Zo zou het toch overal kunnen en moeten?

Zo simpel is het helaas niet. Want systemen doorbreken wekt nu eenmaal weerstand op. De hark draait om voorspelbaarheid en maakbaarheid, en de liefde daarvoor zit diep ingebakken in onze maatschappij. Net als de angst voor chaos. ‘Een heftig dingetje dus, dat je geschreven hebt’, meent Henk Hogeweg, die de boekpresentatie in goede banen leidt. Ook daarop reageert de auteur laconiek: ‘Ja, dat hoort nu eenmaal bij veranderen.’

In zijn boek pleit Harold nauwgezet en vol vuur voor de emancipatie van de vakmens die weer zélf over zijn vak gaat en daarin samen optrekt met anderen. Maar wat hij vooral niet doet is zijn lezers een succesrecept voor de toekomst bieden. De wereld zonder organisatie is namelijk niet keurig aangeharkt. Die moeten wij zelf ontdekken. Zoals dat een vakmens betaamt: nieuwsgierig, gepassioneerd, vertrouwend en verbindend.

Ik heb er nu al zin in.

 

Tekst: Teus Lebbing

 

De quotes tekende ik op tijdens de presentatie van Harold Janssens net verschenen boek ‘De hark voorbij – Rijlands denken en de menselijke maat’ (Business Contact), op 23 november in Zwammerdam.

 

* zie ook: www.harkvoorbij.nl, met ervaringsverhalen binnen de Nationale Politie.