De setting is vertrouwd: we zitten met z’n vijven aan tafel, 4 politiemensen en ik. Ik, zoals altijd, met pen en papier in de aanslag om de veranderverhalen binnen de politie op te diepen. Maar vandaag loopt het anders. ‘Doe je notitieboek maar weg’, zegt de dagvoorzitter. ‘Deze ochtend gaan we gewoon even vrijuit praten. Niet vanuit onze functies of rollen, maar gewoon als ons zélf. Jij ook, als je het goed vindt; dan ben je even geen journalist.’

Wat beduusd stop ik mijn werkspullen in mijn tas, en voel me plots kaal. ‘Jaaa’, lacht mijn buurvrouw, ‘nu ben je je veilige buffer kwijt hè?’ Ze raakt de spijker op z’n kop. Zo gewend ben ik om de vragen te stellen, het gesprek te sturen en me vol op andermans verhaal te storten. Wat is mijn inbreng nu? Wat heb ik deze mensen te bieden?

Ik twijfel. We krijgen de opdracht om één voor één in een kwartier te vertellen hoe je dit jaar met weerstand bent omgegaan. En daar vervolgens met elkaar over mee te denken. Machtig interessant natuurlijk. Want niets vertelt meer over een mens dan hoe hij reageert op tegenslag. Die ervaringen pen ik dan ook maar al te graag op. Om anderen mee te inspireren, en stiekem leer ik er zelf ook een hoop van.

Mijn overbuurman start, en neemt ons vol goede moed mee in zijn jaar van vallen en weer opstaan. Hij stelt zich kwetsbaar op, hakkelt af en toe, wat de anderen duidelijk raakt en motiveert om zich in hem te verplaatsen. En dan neem ik een besluit. Verhalen vertellen is een kwestie van geven en nemen; niks meer schuilen achter die verslaggeversfaçade, ook ik zal met de billen bloot.

Ik vertel over mijn worsteling met ambities. Hoe ik niets liever wil dan vól voor mijn nieuwe redactiebureau gaan. Maar dat ik mezelf dat soms niet toesta. Omdat ik me zo verantwoordelijk voel voor mijn gezin, waarbinnen dit jaar veel is veranderd. En omdat ik van huis uit heb geleerd om mijn eigen wensen te parkeren en vooral om te zien naar anderen.

Of ik binnen het kwartier ben gebleven, betwijfel ik. Maar als ik, bijna buiten adem, een punt zet achter mijn relaas, zie ik geboeide gezichten. Krijg nou wat, ik heb een snaar geraakt. Ik, met mijn eigen eerlijke verhaal vol ups en downs! Wat zich daarna ontvouwt, heb ik vaker gezien tussen collega’s, maar nog nooit zo bewust. Ook de andere drie gooien het over een persoonlijke boeg; over werk, projecten en lastige chefs hebben we het allang niet meer. Waar we elkaar in vinden zijn thema’s als: lef, verantwoordelijkheid, keuzes maken, weerbaar zijn. Allemaal basis ingrediënten van hoe je bent als méns; of je nu een boef vangt, thuis je puberende kinderen in toom houdt of zorgt voor je bejaarde moeder.

Antwoorden op elkaars vragen hebben we niet. Maar met elkaar meedenken, -leven en -lachen doen we volop. En dat helpt. We putten er inzichten uit, en steun. Zo verschillend als we zijn, voelen we ons verbonden met elkaar. Al is het maar voor even. Dát is de kracht van verhalen.

 

Teus Lebbing

 

Jess Walter, Schitterende Ruïnes (2012):

‘Verhalen zijn mensen. Ik ben een verhaal, jij bent een verhaal.. (…). Onze verhalen schieten alle kanten op, en soms, als we geluk hebben, schuiven onze verhalen in elkaar, en dan zijn we een tijdje minder alleen.’

aandacht interviews