TELEFOON IS ONZE NIEUWE SPEEN
Gesprekken worden nog eens vintage, omdat we er als telefoonzombies geen geduld meer voor opbrengen. Dat was zo ongeveer de strekking van mijn blog ‘Zouden we het converseren verleren?’. Maar kennelijk loopt het niet zo’n vaart en zijn we mediawijzer dan ik opperde. Want naast instemming en herkenning (‘Help, wij zijn zo’n ontaarde familie met allemaal bliepende telefoons op tafel’), ontving ik ook een stroom aan bemoedigende tegengeluiden.
Een communicatiedocent vindt bijvoorbeeld dat ik wel wat meer vertrouwen mag hebben in de wilskracht van de mens. ‘Hier aan de hogeschool zie ik in ieder geval genoeg studenten die juist geen IPhone willen en zich bewust terugtrekken van Insta en Facebook.’ Een trainer in conversatielessen aan The School of Life gelooft ook dat het tij zal keren:
“De techniek ontwikkelt zich nu eenmaal sneller dan dat wij onze gedragspatronen kunnen veranderen, maar de tegenbeweging is al begonnen.”
En ja, al peilend op het wereldwijde web en in mijn omgeving stuit ik op sprekende voorbeelden daarvan. Variërend van horecagelegenheden die gasten korting geven als zij hun telefoons in de tas houden tot hoogleraren die alle beeldschermen uit hun collegezalen weren. Steeds meer mensen lijken zich bewust te worden van de effecten van digitale rusteloosheid op de concentratie en conversatie. En nemen maatregelen, voor anderen en zichzelf.
Zo doet een alerte twintiger (die ’18 uur per dag telefonisch bereikbaar is voor familie en vrienden’) mij haar goed doordachte telefoonetiquette uit de doeken: ‘Ik heb ‘m zo ingesteld dat-ie alleen nog geluid maakt als ik gebeld word (en er dus absoluut spoed bij is).’ In alle andere gevallen: geen tril, geen blieb, niks. ‘Daardoor word ik minder vaak per dag getriggerd en kijk ik, denk ik, vaker wanneer het míj uitkomt.’
Anderen zeggen hun offline tijd te bewaken door de telefoon regelmatig uit het zicht te leggen, thuis te laten of ‘m gewoon resoluut uit te zetten.
“Dus wat is het probleem? Is dit niet gewoon een nostalgisch dingetje?, reageert een lezer.”
Het doet haar denken aan de ophef over de televisie, halverwege de vorige eeuw. ‘En dáárvoor was het de roman die niet bevorderlijk zou zijn voor de ontwikkeling van jonge dames. Het krijgt al gauw iets van “vroeger was alles beter”. Maar is dat ook zo?’
Als ik dit aan onze dochter van 16 voorleg, is zij natuurlijk de eerste om mijn conservatieve inborst te bevestigen. Waarna zij fijntjes benadrukt dat ik me echt geen zorgen hoef te maken over telefoonverslaving, zeker niet de hare. Want, toegegeven, ze koestert het toestel en kan zich een leven zonder niet meer voorstellen. ‘Maar als ik wil en als het moet, kan ik er heus van afkicken. Net als van mijn speen vroeger. Dat is me toch ook gelukt?’
Tekst: Teus Lebbing, www.abrandnewstory.nl
Vakantieadressen zie je ook al adverteren dat er geen WiFi is. Maar het zal toch nog wel even duren voordat deze het wint van de advertentie die ons wel WiFi belooft.
Ieder nadeel heeft zijn voordeel