‘ZO BEN IK NU EENMAAL’, DÁT GA IK VAKER ZEGGEN

Mensen die mij geregeld meemaken, kennen het wel: mijn gepruttel over ons ge-ren en ge-moet. Te pas en te onpas steek ik mijn pleidooi af voor een langzamere wereld waarin we alle uitputtende *geluks-eisen in de ban doen.

Ook idealiseer ik graag mijn onbereikbaarheid van vroeger, toen ik nog mijn gang kon gaan zonder dat digitale bliepjes en tringelingetjes me op de hielen zaten

‘Is het met alle burn-outs niet de hoogste tijd om ruimte te maken voor verveling, aandacht en persoonlijke gesprekken?’, roep ik dikwijls. Waarna ik weer doodgemoedereerd aan het appen, mailen en bloggen sla – want uiteindelijk ben ik net zo verbindingverslaafd als de rest.

Natuurlijk weet ik dat ik niet de enige ben die worstelt met de gevolgen van onze online mallemolen en *prestatiemaatschappij. Aan de lopende band bedenken we oplossingen in de vorm van mindfulness-apps, omdenk-bewegingen en wifi-loze vakantieoorden, bijvoorbeeld. Maar de grap is: hoe graag ik dat ook zou willen, ík kan mijn behoefte aan *ontploeteren niet afschuiven op de snelle wereld van nu. Die stamt namelijk al van weet-ik-veel-hoe-lang.

Tot dat schokkende besef kwam ik vorige week, toen ik de zolder opruimde en dit stukgelezen boekje uit een doos viste: Slowing down to the speed of life. Prompt zag ik het me weer van die stapel grissen, 20 jaar geleden, ergens in een piepklein winkeltje in Californië: 25 jaar oud was ik, lekker op reis en heel erg ongebonden. Living in the present luidde de boodschap die mij toen al als muziek in de oren klonk.

Dát zou mijn antwoord worden op mijn onrust en ambitie, nam ik me voor. En ik had nog niet eens een huis, hypotheek en gezin!

Inmiddels is mindfulness een hype (en als we niet oppassen zelfs een moetje). En alle goedbedoelde onthaastmethodes ten spijt, gaan mijn lijf en leden nog steeds sputteren zodra ik in permanente verbinding sta met mijn omgeving en langere tijd van programma naar programma sjees.

Dus werd mijn zolderopruimactie van laatst een heuse wake-up call. Tegen mijn onrust bestaat geen toereikende techniek, realiseer ik me nu. En een wereldwijd wifi-verbod zal mij – hoe weldadig het me ook lijkt – ook niet verder helpen.

Handiger is het als ik eindelijk eens onder ogen zie hoe ik in mekaar zit en mezelf ga geven wat ik nodig heb: een leven dat ik kan bijbenen

Hoe dat moet, kan ik gelukkig afkijken van mijn zoon van 9. Als kleintje al waren we hem geregeld kwijt op verjaardagen, om hem in een hoek op te duikelen, opgekruld met een boekje. ‘Doe niet zo ongezellig joh’, maande ik hem aanvankelijk nog. Totdat ik doorkreeg dat dit zijn manier was om chaos te bezweren: dan zonderde hij zich gewoon even af om zich later – opgeladen en wel – weer in het gedruis te mengen.

En dat doet hij nog. ‘Waar is J?’, roepen we dan ineens te midden van onze huiselijke reuring. Tot we rustgevend getiktak horen. En hem zien staan bij het schuurtje, gedachteloos met zijn racket tegen een bal tikkend.

Sociaal en gedreven is hij heus, maar hij weet wanneer het genoeg is en wat hij nodig heeft om bij te tanken

Dat hij daarmee niet iedereen kan plezieren en niet alles kan meemaken, neemt hij op de koop toe. ‘Zo ben ik nu eenmaal’, zegt hij dan.

Daar kan ik nog een puntje aan zuigen.

 

Tekst: Teus Lebbing, www.abrandnewstory.nl

* Met dank aan Hannah Stöve, Ernst-Jan Pfauth en Annemiek Leclaire voor hun inspirerende verhalen in resp. Het Parool, De Correspondent en Vrij Nederland

 


Ben benieuwd naar jullie reacties. Mocht deze blog je aanspreken en je ‘m willen delen – graag!

Meer lezen over veerkracht en persoonlijke groei, lees ook: ‘Genieten van mijn vrijheid’‘Hoe rijk ben ik eigenlijk?‘, ‘Geen bucketlist maar kaasfondue of Hoe zeg je nee tegen dat eeuwige pleasen?’.